380

Schoenen. Bal. Veldje. Liefde.

Schrijver: Sjoerd Mossou

Beeld: Pim Ras, Peter Bak, Getty Images, VI Images

Gepubliceerd: 14 oktober 2016

Schoenen, een bal, een veld. Meer heeft een geboren voetballer niet nodig. Op verzoek van SANTOS vertelt Robin Van Persie alles over die heilige drie-eenheid: De basis onder zijn onvoorwaardelijke liefde voor het voetbal. “Als kind had ik zo’n Mitre-bal. Zo’n Engelse, weet je wel. Dat was wat hoor, die kon je bijna nergens krijgen.” Een interview met Van Persie, de liefhebber.

 

2369035

 

SCHOENEN (1)

Het is nog tamelijk vroeg in de ochtend, als Robin van Persie opbelt. De lijn kraakt een beetje. Op de achtergrond rennen zijn kinderen Shaqueel en Dina door de kamer. Oud-Hollands tikkertje, zo te horen. “Ja hoi, goedemorgen, met Robin spreek je.”
Of we straks misschien twee paar voetbalschoenen mee kunnen nemen naar Istanbul, is de vraag. Adidas heeft ze speciaal laten maken, in samenwerking met een gespecialiseerde podoloog, exact afgestemd op de wensen van Van Persie. Ze zijn net klaar.
Als we op Schiphol af zouden kunnen spreken met een medewerker van het Duitse sportmerk, dan zou dat geweldig zijn. “Bedankt vast,” zegt Van Persie. “Al mijn andere schoenen zijn zo goed als op, ik heb komende week echt nieuwe nodig. Zie je vanavond.”
Van Persie en voetbalschoenen, het is een verhaal op zich. Over zijn nieuwste profkicksen later meer, maar misschien kent u die beroemde jeugdfoto van Van Persie nog, gemaakt op 12-jarige leeftijd, op zijn jongenskamer in de Jaffadwarsstraat in Kralingen. Het is een foto vol prachtige details.
Van Persie draagt een iets te groot Arsenal-shirt, daar begint het al mee. Hij zit op zijn Feyenoord-dekbed en aan de muur hangt een heel groot Ajax-vaantje. Maar het mooist: het rijtje afgetrapte schoenen onder het jongensbed. De zolen liggen er half af. De schoenneuzen zijn stuk voor stuk kapot en afgetrapt.
Hier staat de typische schoenencollectie van een 12-jarig voetbaljochie. “Zie je die witte gympen daar?” zegt Van Persie, grijnzend. “Die kregen we in de jeugd van Feyenoord, om op zaterdag netjes mee naar de club te komen. Die van mij waren binnen een week al helemaal stuk, van het voetballen op het pleintje. Haha. Vonden ze niet zo leuk.”
We zijn inmiddels geland in Istanbul. Vanaf het terras hebben we fraai uitzicht op de baai van Fenerbahçe, vlakbij stadion Sükrü Saracoglu. Samen met Van Persie kijken we minutieus naar zijn jongenskamer. “Kijk, cassettebandjes! En mijn schoolfoto!”

Maar het mooist: het rijtje afgetrapte schoenen onder het jongensbed. De zolen liggen er half af

Linksboven, hoog boven het bed, hangt een pentekening van twee ouderwetse bruine voetbalschoenen. Van die vooroorlogse kicksen zijn het, met harde neuzen en dikke veters.
“Die tekening heb ik van opa en oma Van Persie gekregen. Het zijn echt van die sloffen, precies zoals Sjakie die droeg, in De Wondersloffen van Sjakie. Een hele stapel stripboeken had ik daarvan. Die verslond ik elke avond.”
Zo dol was de jonge Van Persie op De Wondersloffen van Sjakie, dat hij op een dag een potje bruine verf leende van zijn vader, beeldend kunstenaar Bob. “Ik ben toen mijn voetbalschoenen bruin gaan verven. Laagje voor laagje, heel netjes, net zolang tot ze echt helemaal bruin waren. Ze moesten precies op die sloffen van Sjakie lijken. Exact dezelfde bruine schoenen als hij: dat wilde ik.”
Van Persie heeft zijn bruingeverfde schoenen nog steeds. Ze staan in een glazen nisje in zijn nieuwe huis in Istanbul, keurig meeverhuisd vanuit Manchester. “Het waren mijn allereerste voetbalschoenen. Adidas World Cups, met zes pinnen. Apart, hè? Totaal geen schoenen voor een jochie van vijf. Ja, dat bruine verflaagje zit er nog steeds op. Jaren later heb ik ze een keer netjes bijgewerkt en inmiddels heb ik de eerste schoentjes van Shaqueel er mooi naast gezet. Samen hebben ze een speciaal plekje gekregen, in onze computerkamer.”

 

ev-57726-3gettyimages-51632515-2

 

BAL (1)

Op zijn jongenskamerfoto rusten de voeten van Van Persie op een oude, beetje versleten bal. Een klassieke voetbal is het, precies zoals je een voetbal zou tekenen, met van die zwarte en witte vlakken. “Ik heb zóveel verschillende ballen gehad vroeger, dat is niet te tellen,” vertelt Van Persie. “Ze sleten heel snel, omdat ik ze overal mee naartoe nam. Als ik naar school liep, of naar het pleintje waar we na schooltijd hadden afgesproken, dan dribbelde ik de hele weg over de stoep.”
Voorbijgangers, honden, prullenbakken en lantaarnpalen dienden als imaginaire verdedigers. Soms sprong hij met bal en al de tram in, om een paar haltes verder – hooghoudend – weer uit te stappen. En daar dribbelde de kleine Van Persie weer verder, elke dag, vanuit Kralingen de halve stad door. “Niet ver van de Jaffadwarsstraat had je een klein supermarktje dat Stipt heette. Daar werkte een Hindoestaanse man, die als de dood was dat zijn spullen omvielen als ik binnen liep te voetballen. Maar dat was leuk juist: de bal onder controle houden in die smalle gangpaadjes. Ik kocht daar altijd wat te drinken of te eten, ouderwets op de pof. De man schreef het op een bonnetje en mijn vader ging die aan het eind van de week dan betalen.”

 

25

Het is altijd prettig luisteren naar Van Persie, de liefhebber. Weinig voetballers vertellen zo bloemrijk en gepassioneerd, slingerend langs zijpaden, en bijna altijd anekdotisch. Als de Rotterdammer iets duidelijk wil uitleggen, diept hij moeiteloos een speler, een wedstrijd of een spelsituatie uit zijn geheugen op. “Ballen zijn tegenwoordig zó anders en verschillend, je speelt haast elke week wel met een andere. Eigenlijk is dat gek, want als voetballer streef je naar perfectie. Een aanname, een trap: het zijn millimeters die het verschil maken. Daarom wil je juist zo graag één zijn met de bal. Het moet je beste vriend zijn. Dennis Bergkamp vroeger bij Arsenal: ik heb zelden een speler gezien die zo in control was. Elke aanname of balcontact was in orde. Alles was stabiel, als het ware.”
De perfecte voetbal? “Toch de Derbystar van vroeger,” vindt Van Persie. “Die was het meest betrouwbaar. Deed geen rare dingen. Als je hem goed raakte, wist je precies wat-ie ging doen. Maar ken je die Mitre-ballen nog waar ze vroeger in Engeland mee speelden, met die ‘V’? Die waren ook geweldig. Daar heb ik er ooit één van gehad. Dat was wat hoor, want die waren heel moeilijk te krijgen in Nederland.”

 

pr-persieargentiniecrop-6

 

‘Een biljartlaken, maar dan met sprietjes, allemaal precies even hoog. Vlak, zacht, maar ook weer niet té zacht’

VELD (1)

“De trainingsvelden bij Arsenal, ben je daar weleens geweest?” vraagt Van Persie, iets achteroverleunend in de bank. Ja, dat zijn we. Het complex ligt in de countryside van St. Albans, iets ten noorden van Londen. Weergaloos groene velden, in een typisch Engels decor. Een heiligdom, zonder al te veel luxe, met letterlijk overal de geur van gras. “Alles ademt daar naar voetbal,” zegt Van Persie.
Carrington, het trainingscomplex van Manchester United, is ook heel fraai, maar juist het gras van Arsenal is onder voetballers legendarisch. Op het oefencomplex in St. Albans, maar ook op het oude Highbury was dat al niet anders. “Maar het veld van het huidige Emirates-stadion is écht het beste veld ter wereld,” vindt Van Persie. “Dat is niet normaal. Een biljartlaken, maar dan met sprietjes, allemaal precies even hoog. Vlak, zacht, maar ook weer niet té zacht. Dat kan gewoon niet mooier.”
“Wist je dat de groundsman van Arsenal ooit is weggekocht door Real Madrid? Wij vonden dat heel jammer destijds, maar dat was wel een mooie transfer, hoor. In Bernabéu hadden ze altijd een probleem met het licht, door die hoge tribunes. Dat veld was heel lang heel matig. En kijk nu eens: tegenwoordig is het perfect.”
Toen Van Persie bij Arsenal zijn masteropleiding kreeg tot topvoetballer, speelde de Londense club nog op Highbury. Een prachtig klassiek stadion, ingeklemd tussen de huizen van de wijk Islington. De tribunes stonden er zo dicht op elkaar, dat Arsenal noodgedwongen op een van de kleinste velden in de Premier League speelde. “De afmetingen waren minimaal, maar het team van destijds had daar geen enkele moeite mee, integendeel. Thierry Henry, Robert Pires, Freddy Ljungberg, Dennis Bergkamp: dat elftal was zo ongelooflijk goed, dat het leek alsof het veld juist heel groot was. Een machine leek het wel. Het was echt een eer om daar een beetje deelgenoot van te zijn. De onderlinge afstemming, de passing, de aannames, het streven naar perfectie: ik voelde me daar echt een kind in de snoepwinkel.”
Zijn tijd bij Arsenal: in alles was het een cruciale stap in zijn carrière. Van probleemkind bij Feyenoord transformeerde Van Persie tot een soort voetbalkluizenaar. Een tamelijk nederige jongen, die stap voor stap ontbolsterde tot een ster. “Ik was sáái in die tijd,” zegt hij nu. “Het was voetbal, voetbal, voetbal. Elke dag opnieuw. De omgeving en de mensen destijds: het kon gewoon niet beter. Ik kon in die tijd ook naar PSV, maar dan was ik toch weer elke week naar Rotterdam gegaan. In Engeland had ik niets anders dan voetbal. Geen afleiding, niks. Mijn vrouw Bouchra heeft dat allemaal voor me overgehad, hè. Elke dag samen thuis. Alleen maar voetbal. Best een suf leven eigenlijk. Voor haar, althans.”
Het gras van St. Albans werd een soort dagelijkse bedevaartsplek voor de jonge Van Persie. “Het belangrijkste was misschien wel dat het verwachtingspatroon precies goed was. De druk was niet te hoog en niet te laag. Dat werd geleidelijk opgevoerd, maar Arsène Wenger was gelijk heel duidelijk: ik was bij Arsenal om te leren. Elke training was een belevenis op zich. Dat eerste jaar was ik enorm gefocust op het vrijdagpartijtje, om daar steeds de winnende goal te maken. Dat lukte vrij vaak – en dan was mijn weekend gelijk goed. Dan zweefde ik de dagen door.”

 

gettyimages-136138509-4

 

SCHOENEN (2)

Van Persie haalt zijn nieuwe, vers meegebrachte voetbalschoenen uit de doos en voelt er voorzichtig aan. De spits van Oranje is een van de zeldzame topspelers ter wereld zonder vast schoenencontract, maar bij adidas helpen ze hem nog graag een handje. Van Persie stond er vrijwel zijn hele carrière onder contract, maar besloot die samenwerking na de WK-zomer van 2014 op te zeggen.
De reden is simpel: Van Persie wil zijn keuzes niet laten bepalen door de belangen van de marketingafdeling, of dat nu die van adidas betreft of van een andere firma. Een topvoetballer die onder contract staat bij een groot sportmerk als Puma, adidas of Nike, wordt geacht om twee keer per seizoen van model te wisselen. Een nieuw kleurtje, een nieuw motiefje: alles draait om verkoop.
Maar na al die jaren had Van Persie daar tabak van. Hij wil alleen nog spelen op schoenen waar hij zich goed op voelt en niet na een paar maanden wéér wisselen. Elk nieuw model is immers nét iets anders dan de vorige. “Als het om voetbalschoenen gaat, worden mensen weleens gek van me. Ik snap dat hoor, maar voor mij luistert het gewoon heel nauw. Het moet perfect zijn. Top. Je hebt ook jongens die vrolijk de zooltjes eruit trekken en hup, gewoon gaan voetballen. Prima, niks mis mee, maar ik voel me prettiger als ik niets aan het toeval overlaat. Schoenen zijn je basis, je loopt er de hele dag op. Letterlijk je hele lichaam steunt erop. Dat moet gewoon helemaal in orde zijn.”
Van Persie laat de zool van zijn nieuwe schoenen zien. “Kijk, hier in het midden is het verstevigd. Veel van die superlichte nieuwe schoenen kun je helemaal dubbelvouwen, maar ik wil juist extra versteviging onder mijn voet. Daarnaast heb ik brede voeten, dus ze zijn aan de binnenkant ook iets verbreed, om te voorkomen dat ik letterlijk naast mijn schoenen ga lopen. En kijk, het hakgedeelte is juist weer wat hoger gemaakt.”
Een seizoen lang speelde Van Persie nog op een tiental ‘oude’ adidasjes, het model dat hij het fijnst vond zitten. Bij gebrek aan contract liet hij ze zwart verven. “Dat is eigenlijk nog steeds het mooiste, hè. Roze schoenen enzo, dat vind ik er echt niet uitzien. Ken je die zwarte Puma’s van Maradona nog? Die waren ook mooi. Heb ik ook een tijdje gehad, als klein jochie.”

‘Ik dacht alleen maar: Wow man, Maradona. Het liefst wilde ik met hem hooghouden. Eventjes maar’

BAL (2)

Totale controle over je voeten en over de bal, in de belevingswereld van Van Persie is dat het allermooiste. “De absolute koning was Diego Maradona, natuurlijk. Als kind had ik een videoband van hem. Ik was geen binnenzitter, keek eigenlijk alleen op zondagavond naar Studio Sport, maar die band heb ik oneindig vaak gezien. Een soort carrière-overzicht was het, maar je zag Maradona ook buiten het veld, of tijdens een warming-up. Prachtig.”
Van Persie ontmoette Maradona twee keer. De eerste keer was in Dubai, op een trainingstrip met Arsenal, en later bij Manchester United. “Een ongelooflijk hartelijke man. Hij begon gelijk over mijn linkerbeen en dat hijzelf ook linksbenig was. Ik dacht alleen maar: wow man, Maradona. Het liefst wilde ik met hem hooghouden. Eventjes maar. Dat hebben we toen gedaan, een minuutje ofzo. Onvergetelijk.”
De voetbalfilm van Maradona gebruikte Van Persie in zijn jonge jaren als studiemateriaal, maar bovenal ter inspiratie, zoals een kunstenaar blijft zoeken naar nieuwe, creatieve ingevingen. “Tegenwoordig heb je YouTube enzo, maar ik had maar een paar voetbalvideo’s. Die van Maradona dus, maar ook Nummer 14 over Johan Cruijff. En ook heel mooi: Gerald Vanenburg, Van Straat tot Stadion. In die film zat heel veel straatvoetbal, met Vanenburg die dan tegen een stuk of tien kinderen ging voetballen, op een pleintje. Dat doe ik ook nog steeds weleens, met Shaqueel en een stel vriendjes. Is superleuk en enorm goed voor je balcontrole.”

 

pr-persieshaqueel3a-5

Shaqueel van Persie kwam eerder op de avond nog even voorbij gedribbeld. Over het terras, tussen de banken door, gehuld in een tenue van Fenerbahçe. “Hij is net zo balverliefd als ik vroeger,” vertelt Van Persie. “Als we naar een restaurant gaan, staat-ie altijd al klaar met een bal onder zijn arm, voor het geval dat er een goed plekje is om te voetballen. Als hij de kans krijgt, is-ie gelijk weg.”

‘Ik ben heel vrij opgevoed. Ik kon daar mee omgaan, deed geen rare dingen, op wat kattenkwaad na’

Totaal anders groeit zijn zoon nu op, in een beschermde omgeving van weelde en rijkdom. De straat zoals Van Persie die kende, is voor Shaqueel een haast onbekend universum. “Ik denk daar vaak over na.
De straat heeft me toch gevormd zoals ik ben. Je wordt er weerbaar van, zelfstandig, en op een bepaalde manier ook slim. Ik ben heel vrij opgevoed. Van mijn vader hoefde ik pas naar huis als de andere jongens weg waren. Ik was ’s avonds altijd de laatste die over was. Ik kon daar mee omgaan, deed geen rare dingen, op wat kattenkwaad na. Maar het was wél heel anders dan bij veel andere jongens.”
Opvoeden is een vak op zich, merkt Van Persie nu. “Shaqueel heeft alle mogelijkheden die je maar bedenken kunt. Hij kan bij goede clubs trainen, onder perfecte omstandigheden. De mogelijkheid dat hij géén profvoetballer wordt: dat bestaat in zijn beleving gewoon niet. ‘Pap, ik word profvoetballer,’ zegt hij dan. Ik probeer hem dan uit te leggen dat de dingen niet vanzelfsprekend gaan. Dat je jezelf moet triggeren, elke dag opnieuw. Dat je altijd eerst wat hobbels moet nemen om een doel te bereiken.”

 

vi-4360564-1

 

VELD (2)

Voor Van Persie begon alles bij speeltuin Oudedijk aan de Taxusstraat, op het pleintje waar hij vroeger het liefst speelde. Daarna het jeugdcomplex van Excelsior. De Kuip. Highbury. Old Trafford. De WK-finale in Kaapstad. Het WK in Brazilië. Zijn toewijding en liefde voor voetbal bracht hem zo’n beetje overal. Op schitterende velden, in nog mooiere decors. “En zelden op kunstgras, hè. Heb ik he-le-maal niks mee, met kunstgras.”
“Highbury was heel speciaal. Als je daar binnenstapte, in die oude entreehal met dat hout en dat marmer, dan voelde je: we zijn hier a part of history. En weet je wat ik daar ook zo mooi vond? Het geluid in de kleedkamer. Die muren waren zo dun en de kleedkamer lag zó dicht aan de straatkant, dat je voor de wedstrijd het publiek voorbij kon horen lopen. Je hoorde het geroezemoes en gezang, en het geroep van de straatverkopers. Prachtig.”
De spelerstunnel van het oude Highbury was zo smal, dat je er amper met z’n tweeën naast elkaar kon staan. “Dat was intimiderend hoor, voor tegenstanders. Spelers zoals Bergkamp, Henry, Sol Campbell, Kolo Touré, Jens Lehmann, Patrick Vieira; die waren allemaal groot en sterk. In dat tunneltje van Highbury gingen ze dan expres zo breed mogelijk naast hun tegenstander staan. Stonden we bij wijze van spreken al met 1-0 voor.”
Het is al best laat op de avond, maar wanneer hij over voetbal praat, lijkt Van Persie haast onvermoeibaar. Oneindig weerklinken stadions, herinneringen, bijzondere ploeggenoten. Een specifieke pass- en trapoefening die hij altijd met Mathieu Flamini deed bij Arsenal; Van Persie kan daar gerust een kwartier lang over vertellen. Of over de aannames van Paul Scholes en Ryan Giggs. Over de magie van Old Trafford en het typische, heerlijke stadiongeluid na een doelpunt.
Dat laatste is juist hier in Turkije weer overtroffen. Geen stadion in Europa produceert vermoedelijk meer geluid dan het Sükrü Saracoglu, thuisbasis van Fenerbahçe. “En in elk land is het geluid nét iets anders, hè. Hier klinkt het als een soort ontploffing. Oorverdovend is het. Niet normaal.”
En ook best mooi, om het af te leren: scoren in een uitwedstrijd. “Dat het hele stadion stilvalt, en dat al het geluid vanuit één hoek komt.”
Hij pakt zijn nieuwe schoenen onder zijn arm, vertelt ondertussen nog wat over de schoonheid van De Perfecte Aanval (‘Met Oranje was dat, combinatie met Rafael, en Wesley schoot uiteindelijk, nét geen goal’) en geeft een hand.
Morgen moet er weer gevoetbald worden.